Hoe werkt jullie moordzaak?
Los aanwijzingen op, leg verbanden en sluit mogelijkheden uit. Stap voor stap ontdek je wie de dader is, wat het motief was en welke sleutel de kamer opende.
Lees de aanwijzingen
Ontdek wat je weet over de personen, ruimtes en voorwerpen.
Vul de puzzel in
Gebruik de aanwijzingen om mogelijkheden te bevestigen of uit te sluiten.
Leg verbanden
Combineer verschillende aanwijzingen met elkaar en ontdek wat zeker is.
Ontmasker de dader
Als je alles hebt ingevuld, blijft er nog maar één mogelijke oplossing over.
De regels van het spel
Gebruik de aanwijzingen, streep mogelijkheden weg en werk stap voor stap naar de oplossing.
Eén persoon per rij
Iedere rij bevat precies één persoon.
Eén persoon per kolom
Iedere persoon komt maar één keer voor.
Gebruik alle aanwijzingen
Iedere aanwijzing helpt je om mogelijkheden te bevestigen of uit te sluiten.
Zeker = invullen
Weet je iets zeker? Dan vul je het in.
Onmogelijk = wegstrepen
Kan iets niet? Dan streep je die mogelijkheid weg.
Niet gokken
De oplossing moet volledig uit de aanwijzingen volgen.
Van aanwijzing naar oplossing
Je begint met een raster vol mogelijkheden. Door aanwijzingen te combineren, vallen steeds meer opties af totdat er maar één oplossing overblijft.
Een raster vol mogelijkheden
Op het speelveld zie je verschillende ruimtes, voorwerpen en andere plekken die een rol spelen in de zaak.
In het begin lijken veel combinaties mogelijk. De aanwijzingen helpen je om die mogelijkheden één voor één weg te strepen.
Iedereen heeft een plek in het verhaal
De verdachten krijgen ieder hun eigen aanwijzingen. Waar waren ze? Waar stonden ze? En met welke personen of voorwerpen waren ze in de buurt?
Was in de rechterkolom.
Eén aanwijzing geeft je vaak nog niet het hele antwoord. Juist door verschillende aanwijzingen naast elkaar te leggen, ontstaan nieuwe verbanden.
Iedere aanwijzing maakt de puzzel kleiner.
Je hoeft niet meteen te weten wat wél klopt. Vaak is het veel makkelijker om eerst te bepalen wat niet kan.
Werk met potlood
Je hoeft niet meteen alles zeker te weten. Noteer mogelijkheden, streep weg wat niet kan en gebruik iedere gevonden oplossing om nieuwe informatie te ontdekken.
Noteer mogelijkheden
Schrijf mogelijke personen klein in de hoeken van de hokjes. Zo houd je bij wat nog kan.
Streep weg wat niet kan
Past een aanwijzing niet bij een combinatie? Kruis die mogelijkheid aan of gum hem weg.
Iemand gevonden? Gebruik die informatie.
Staat een persoon zeker op een plek? Dan kan die persoon nergens anders in dezelfde rij of kolom staan. Kruis die mogelijkheden meteen af.
Combineer aanwijzingen
Eén aanwijzing geeft niet altijd direct het antwoord. Door meerdere aanwijzingen te combineren ontstaat nieuwe informatie.
Werk van zeker naar onzeker
Begin met wat je zeker weet. Iedere oplossing levert nieuwe informatie op waarmee je verder kunt.
Van aanwijzing naar oplossing
Wie was er alleen met het slachtoffer
en dus de dader?